De legendarische 'Blokkendoos' (Mat 24) treinen

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Jan van der Meer
Modelspoorengineer & DCC-expert
Spoorweg Historie & NS Feiten · 2026-02-15 · 4 min leestijd

Stel je voor: je staat op een perron in de jaren '30. Geen gerommel van diesels, maar een zacht, elektrisch gezoem dat dichterbij komt.

Dan verschijnt er een trein die lijkt op een opgestapelde, stalen speelgoeddoos.

Vierkant, robuust en onverwoestbaar. Dit is de 'Blokkendoos', officieel Materieel '24, en hij heeft de Nederlandse elektrische treingeschiedenis geschreven. Dit is zijn verhaal.

De feiten op een rij: wat was de Blokkendoos precies?

De Blokkendoos was de allereerste serie elektrische stalen treinen van de NS.

Ze werden gebouwd tussen 1924 en 1931, met de eerste rijtuigen die al in 1923 in dienst kwamen. De naam zegt het al: het waren letterlijk stalen blokken op wielen. Denk aan een rijtuig met een lengte van zo'n 19,80 meter, gebouwd door bedrijven als Werkspoor in Utrecht en Beijnes in Haarlem.

Het ontwerp was zo hoekig dat de bijnaam 'Blokkendoos' snel was geboren. Maar er was nog een koosnaampje: de 'stofzuiger'.

Dat kwam door het karakteristieke, zoemende geluid van de elektromotoren. Een geluid dat generaties reizigers heeft begeleid.

Het bijzondere is dat de rijtuigen als losse blokken aan elkaar gekoppeld konden worden, waardoor je flexibel kon inspelen op de drukte op de lijn.

De geschenis en de grote bestellingen

De Blokkendoos was een baanbrekend project. Voor de elektrificatie van het Nederlandse spoor, net als in de tijd waarom de NS 3700 de 'Jumbo' werd genoemd, had de NS behoef aan modern, betrouwbaar materieel.

De oplossing kwam in de vorm van deze stalen rijtuigen, die een enorme vooruitgang waren ten opzichte van de houten voorlopers. De eerste bestelling was een feit, en al snel volgden er meer. In totaal zijn er honderden rijtuigen gebouwd, verdeeld over verschillende types en series.

Van de eerste tien rijtuigen van type II (Bd 7501 – Bd 7510) tot de latere, grotere series. Het was een vloot die decennialang het beeld op het Nederlandse spoor zou bepalen, wat uiteindelijk leidde tot de geschiedenis van de dubbeldekkers in Nederland. Het Spoorwegmuseum en uitgebreide bronnen zoals Railwiki bewaren de gedetailleerde geschiedenis van elke order.

Uitvoeringen per type: een heel assortiment blokken

De kracht van het Blokkendoos-concept zat in de variatie. Het waren geen identieke treinen, maar een modulair systeem met verschillende types voor verschillende taken. Zo had je:

  • Type I (mBD 9001 – mBD 9030): de motorrijtuigen met bagageafdeling, de krachtbron van de trein.
  • Type III (Aec 8501 – Aec 8527): eerste klas rijtuigen voor de zakelijke reiziger.
  • Type IV/XI (Cec 8501 – Cec 8555): tweede klas rijtuigen, het werkpaard voor de meeste reizigers.
  • Type V (mC 9001 – mC 9038): tweede klas motorrijtuigen.
  • Type VI (mABD 9001 – mABD 9004): een gecombineerd rijtuig met eerste klas, tweede klas en bagage.

En zo zijn er nog tientallen andere typen geweest, elk met een eigen nummerserie en functie. Van de speciale restauratierijtuigen (Cesc) tot de rijtuigen met stuurstand (mCd). Dit maakte de Blokkendoos tot een ongelooflijk veelzijdig systeem.

Inzet en dienstmaterieel: waar reed de Blokkendoos?

De Blokkendoos was overal. In de begintijd reden ze vooral op de pas geëlektrificeerde lijnen rondom Amsterdam, Rotterdam en Den Haag.

Maar hun inzet breidde zich snel uit. Ze waren het vaste materieel op de drukke intercitylijnen en de voorstadsdiensten. Hun robuuste bouw maakte ze perfect voor het intensieve Nederlandse treinverkeer. Ze konden tegen een stootje en waren relatief eenvoudig te onderhouden.

Dit zorgde ervoor dat ze tot ver in de 20e eeuw in dienst bleven, lang nadat ze waren gebouwd. Ze werden ingezet als gewone reizigerstrein, maar ook als extra materieel bij grote drukte. Het was een vertrouwd en geliefd gezicht op het perron.

Bijzondere uitvoeringen en de laatste exemplaren

Niet alle Blokkendozen zijn hetzelfde geëindigd. Een aantal kreeg een speciale tweede leven.

Het meest bekende voorbeeld is rijtuig Cec 8553. Dit rijtuig werd in 1994 verbouwd tot een volwaardig restauratierijtuig.

Een bezoek aan een bewaard exemplaar is een reis terug in de tijd. De geur van oude stof, het zware geluid van de deuren en het uitzicht uit die kleine raampjes – het voelt alsof de jaren '30 nooit zijn weggeweest.

Hiermee is het een uniek exemplaar binnen de hele serie geworden. Vandaag de dag kun je de Blokkendoos nog steeds bewonderen, net zoals je bij de iconische Hondekop kunt zien hoe treindesign evolueerde. Het Spoorwegmuseum in Utrecht heeft twee rijtuigen uit deze legendarische serie in haar collectie.

Maar ook op diverse museumlijnen en bij particuliere liefhebbers zijn er nog exemplaren bewaard gebleven. Voor de echte liefhebber is er online, bijvoorbeeld op Railwiki, een schat aan informatie te vinden over de precieze locaties en technische staat van de overgebleven rijtuigen. Dus, de volgende keer dat je een oud, vierkant treinstel op een foto ziet, weet je wat je kijkt: niet zomaar een trein, maar de Blokkendoos. De stalen pionier die Nederland elektrisch leerde reizen.

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Over Jan van der Meer

Jan bouwt al meer dan tien jaar gedetailleerde modelspoorlandschappen en specialiseert zich in digitale DCC-besturing. Hij deelt zijn praktijkervaring met complexe decoderprogrammering en schaalgetrouw baanontwerp op deze site.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Spoorweg Historie & NS Feiten
Ga naar overzicht →