De elektrificatie van het Nederlandse spoorwegnet

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Jan van der Meer
Modelspoorengineer & DCC-expert
Spoorweg Historie & NS Feiten · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: het is 1921, en de Nederlandse overheid neemt de touwtjes in handen van het hele spoorwegnet.

Geen particuliere aandeelhouders meer die alleen aan winst denken, maar de staat die bepaalt waar het naartoe gaat met het spoor. Dat was een enorme stap — en precies die stap maakte iets mogelijk wat anders misschien nooit was gelukt: de elektrificatie van het Nederlandse spoor. Maar waarom was dat eigenlijk nodig?

En hoe ging het in z'n werk? Dat ga ik je vertellen.

Elektrificatie van de NS

Om te begrijpen waarom elektrificatie überhaupt op tafel kwam, moet je weten hoe het spoor er vóór 1921 uitzag. Nederland had meerdere grote spoorwegmaatschappijen die allemaal hun eigen ding deden.

De Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij (HSM) en de Maatschappij tot Exploitatie van Staatsspoorwegen (SS) waren de twee grootste spelers.

Daarnaast waren er kleinere maatschappijen zoals de NRS, NCS en NBDS die in de loop der tijd werden opgeheven of opgeslokt. In 1921 besloot de overheid: zo kan het niet langer. De HSM en de SS werden overgenomen en samengevoegd tot één staatsbedrijf.

Dat was de geboorte van wat wij nu kennen als de NS — de Nederlandse Spoorwegen. En met die centralisatie kwam er iets cruciaals: de overheid kon nu grote, langetermijnbeslissingen nemen zonder dat elke aandeelhouder moest instemmen.

Een jaar later, in 1922, viel het besluit: het Nederlandse spoorwegnet moest geëlektrificeerd worden. Dat was geen luxe, maar pure noodzaak. De belangrijkste lijnen — de Oude Lijn, Utrecht-Amersfoort en Amsterdam-Utrecht — waren al vóór 1914 overbelast. Stoomtreinen konden de groeiende vraag simpelweg niet meer aan.

En er was nog een probleem: na de Eerste Wereldoorlog waren kolen schaars en duur geworden.

Stoom rijden kostte bakken met geld. Elektriciteit werd ineens een heel aantrekkelijk alternatief.

Elektrificatie van de Nederlandse spoorwegen

Nu denk je misschien: waarom duurde het dan nog tot 1938 voordat de eerste elektrische trein reed? Dat is een terechte vraag.

Het antwoord is simpel: geld. De elektrificatie van het spoor was enorm duur — de bronnen zijn er duidelijk over dat de kosten hoog waren. En in de jaren twintig had Nederland andere zorgen aan z'n hoofd.

Het plan was ambitieus. Nederland keek goed naar het buitenland voor inspiratie.

In Zuid-Engeland reden al elektrische treinen op een systeem van 660 volt gelijkstroom via een derde rail — een rail naast het spoor waar de trein stroom uit haalt. Maar Nederland koos voor een ander systeem: bovenleidingen. Dat was een bewuste keuze, want bovenleidingen werkten beter voor de langere afstanden en hogere snelheden die het Nederlandse netwerk nodig had. De plannen werden uitgewerkt voor wat het 'Middennet' werd genoemd: het drukke traject Den Haag–Rotterdam–Amsterdam–Utrecht–Arnhem–Eindhoven.

Dit was het kloppende hart van het Nederlandse spoor. Als je dit netwerk elektrificeerde, had je meteen de belangrijkste verbindingen te pakken.

Elektrificatie in stroomversnelling

In april 1936 was het eindelijk zover: de aanleg van de bovenleidingen voor het Middennet begon. Denk aan honderden kilometers koperdraad, duizenden masten en een leger aan arbeiders die in weer en wind werkten.

Het was een megaproject zonder weerga in de Nederlandse infrastructuurgeschiedenis, dat voortborduurde op de rijke historie van de Hofpleinlijn. De planning was strak en de druk was hoog.

Nederland wilde laten zien dat het mee kon met de moderne tijd. Terwijl elders in Europa sommige landen nog worstelden met de vraag óf ze moesten elektrificeren, bouwde Nederland gestaag door. En toen kwam die ene datum: 15 mei 1938.

De allereerste elektrische trein reed officieel in Nederland. Een historisch moment. Het was geen proefritje of een ceremonieel rondje — dit was het echte werk. Vanaf die dag konden reizigers op delen van het Middennet voor het eerst meereiden op een trein die niet werd aangedreven door stoom, maar door elektriciteit.

Revolutionair treinstel

Voor die eerste elektrische dienst had de NS, ontstaan uit een noodzakelijke fusie, een speciaal treinstel laten bouwen: de Mat '36.

De naam zegt het al — 'Mat' staat voor Materieel en '36' voor het bouwjaar 1936. Dit was niet zomaar een trein.

De Mat '36 was een modern, gestroomlijnd treinstel dat kon accelereren als geen stoomtrein dat kon, en dat een topsnelheid haalde van 125 kilometer per uur. De locomotief die dit mogelijk maakte was de Mat '36 252 — een icoon in de Nederlandse spoorweggeschiedenis. Dit was het werkpaard dat de eerste elektrische diensten trok en liet zien wat elektriciteit op het spoor kon doen. Reizigers ervoeren een compleet nieuwe manier van reizen: stiller, sneller en schoner dan de stoomtreinen waar ze aan gewend waren.

De Mat '36 was meer dan een trein — het was een statement. Nederland ging elektrisch, en dit treinstel bewees dat het werkte.

De Mat '36 252 bleef lang in dienst. Pas in 1968, dertig jaar na die eerste historische rit, werd dit specifieke treinstel uit de reguliere dienst genomen.

Drie decennia trouwe dienst — dat zegt iets over de degelijkheid van het ontwerp en het vertrouwen dat de NS erin had.

Interactieve tentoonstelling

Wil je dit verhaal zelf beleven? Dat kan. Het Spoorwegmuseum in Utrecht organiseerde de tentoonstelling 'Onder Hoogspanning', die liep van 26 mei 2023 tot en met 19 november 2023.

Deze tentoonstelling dook precies in dit onderwerp: de elektrificatie van het Nederlandse spoor. Bezoekers konden zien hoe het er echt aan toe ging — de techniek, de uitdagingen, de mensen achter het project.

Kinderen van Versteeg

Het was geen droge opsomming van jaartallen, maar een ervaring die je meenam terug in de tijd. Een bijzonder onderdeel van de tentoonstelling was het verhaal van de 'Kinderen van Versteeg'. Dit ging over de mensen — de arbeiders, ingenieurs en hun families — die aan dit enorme project werkten. Want achter elke bovenleiding en elk treinstel zaten echte mensen met echte levens.

De tentoonstelling gaf gezicht aan de geschiedenis en liet zien dat de ontwikkeling van de Staatsspoorwegen niet alleen een technisch project was, maar ook een menselijke onderneming.

Het mooie aan dit soort tentoonstellingen is dat ze geschiedenis tastbaar maken. Je kunt alle feiten en jaartallen opnoemen — en dat doen we hier ook — maar als je een oude Mat '36 in het echt ziet staan, of als je de verhalen hoort van de mensen die eraan werkten, dan wordt het echt. Dan begrijp je waarom die elektrificatie zo'n big deal was.

De elektrificatie van het Nederlandse spoor is een verhaal over visie, doorzettingsvermogen en slimme keuzes. Een overheid die het heft in handen nam, een land dat koos voor de toekomst in plaats van het verleden, en een treinstel dat bewees dat die keuze de juiste was. Het Nederlandse spoor zoals wij dat vandaag kennen — snel, efficiënt en elektrisch — bestaat dankzij die beslissingen van bijna een eeuw geleden.

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Over Jan van der Meer

Jan bouwt al meer dan tien jaar gedetailleerde modelspoorlandschappen en specialiseert zich in digitale DCC-besturing. Hij deelt zijn praktijkervaring met complexe decoderprogrammering en schaalgetrouw baanontwerp op deze site.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Spoorweg Historie & NS Feiten
Ga naar overzicht →