Waarom de NS 1300 een Franse 'Alsthom' loc was
Wist je dat Nederland ooit zestien locomotieven had die rechtstreeks uit Frankrijk kwamen? De NS 1300-serie is misschien wel de meest bijzondere loc uit de naoorlogse periode.
Dit waren geen Nederlandse machines — dit waren Franse krachtpatsers, gebouwd door Alsthom in de fabrieken van Belfort.
En het verhaal achter deze locomotieven is eigenlijk heel logisch als je het eenmaal kent.
Feiten over de NS 1300
De NS 1300 was een elektrische locomotief die tussen 1952 en 2000 dienst deed bij de Nederlandse Spoorwegen. Dat is bijna vijftig jaar trouwe dienst — niet slecht voor een machine die eigenlijk als tijdelijke oplossing bedoeld was.
De bestelling van de eerste tien locomotieven werd geplaatst op 31 december 1949, tegen een prijs van 785.000 gulden per stuk (bron 2).
De eerste loc, de 1301, werd geleverd op 6 mei 1952. De laatste, de 1316, kwam op 10 juli 1956 (bron 2). De technische specificaties zijn indrukwekkend voor die tijd.
Het vermogen bedroeg 3600 kW met een trekkracht van 241 kN. De maximumsnelheid lag op 135 km/u, wat genoeg was voor de goederentreinen waarvoor ze bedoeld waren. Met een gewicht van 111 ton en een aslast van 19 ton waren dit serieuze machines. De asindeling was Co'Co', wat betekent dat er twee draaistellen waren met elk drie aangedreven assen — ideaal voor grip op het spoor (bron 1).
De locs waren 18,95 meter lang en reden op 1500 volt gelijkspanning, het standaard Nederlandse stroomsysteem.
In totaal zijn er zestien exemplaren gebouwd (bron 1). De NS 1300 was afgeleid van de Franse CC 7100-serie van de SNCF, en meer specifiek van de CC 7001 (bron 1 en bron 2).
Waarom koos de NS voor een Franse locomotief?
Na de Tweede Wereldoorlog had Nederland een probleem. Het spoorwegnet was zwaar beschadigd, er was dringend behoefte aan nieuw materieel, en de eigen industrie kon simpelweg niet snel genoeg leveren.
De keuze voor een buitenlandse leverancier was praktisch noodzakelijk. Alsthom was op dat moment een van de grootste locomotieffabrikanten in Europa. Het bedrijf had al ruime ervaring met zware elektrische locs voor de Franse spoorwegen.
De CC 7100-serie was een bewezen ontwerp — krachtig, betrouwbaar en geschikt voor zware diensten.
Voor de NS was dit een logische keuze: waarom zelf iets ontwikkelen als je kunt voortbouwen op bewezen techniek? Er zat wel een belangrijk verschil tussen de Franse en Nederlandse versie. De NS 1300 werd specifiek aangepast voor zware goederentreinen in Nederland. Het ontwerp was zwaarder dan de Franse tegenhanger, met extra adhesiegewicht voor betere grip op de rails.
Dat extra gewicht — die 111 ton — was geen toeval. Het was een bewuste keuze om de trekkracht optimaal te benutten op het Nederlandse spoorwegnet.
Inzet bij HSL Logistik
Na hun pensionering bij de NS in 2000 kregen sommige NS 1300-locomotieven een tweede leven bij private spoorwegmaatschappijen. HSL Logistik was een van de bedrijven die interesse toonde in deze robuuste machines, die qua Amerikaanse invloeden soms doen denken aan de Amerikaanse Whitcomb locs.
De locs waren dan wel decennia oud, maar technisch nog prima inzetbaar voor goederenvervoer. Het is opvallend hoe lang deze locomotieven meegingen. Waar veel machines na twintig of dertig jaar worden afgeschreven, bleven de NS 1300's bijna vijftig jaar in dienst. Dat zegt iets over de bouwkwaliteit van Alsthom en over het onderhoud dat de NS eraan pleegde.
Inzet bij Fairtrains
Een andere partij die de NS 1300 inzette was Fairtrains. Dit toont aan dat er ook na de eeuwwisseling nog vraag was naar deze locomotieven, die samen met de iconische NS 2400 en 2200 het spoorbeeld bepaalden.
Voor kleinere spoorwegmaatschappijen waren gebruikte locs als de 1300 aantrekkelijk — bewezen technologie tegen een fractie van de nieuwprijs.
De combinatie van 3600 kW vermogen en de robuuste Co'Co'-configuratie maakte de locs geschikt voor allerlei soorten goederenvervoer. Of het nu om zware bulktransporten ging of om reguliere goederentreinen, de 1300-serie kon het aan.
Inzet per dienstregelingjaar
De inzet van de NS 1300 veranderde door de jaren heen. In de beginjaren werden de locs vooral ingezet voor zware goederentreinen, waarvoor ze ook ontworpen waren.
Later, toen er moderner materieel beschikbaar kwam, verschoof hun rol. In de jaren zestig en zeventig waren de 1300's vaste prik op het goederenspoor. Ze reden door heel Nederland, van de havens van Rotterdam tot de industriegebieden in Limburg. De combinatie van hoog vermogen en goede adhesie maakte ze bijzonder geschikt voor de Nederlandse omstandigheden.
Tegen de jaren negentig was het einde in zicht. De locs werden geleidelijk vervangen door moderner materieel. Toch bleven enkele exemplaren tot het einde actief — een bewijs van hun betrouwbaarheid.
Bijzondere uitvoeringen
De zestien locomotieven van de NS 1300-serie waren niet allemaal identiek. Door de jaren heen werden diverse modificaties doorgevoerd, vergelijkbaar met de geschiedenis van de NS 1200, aangepast aan de eisen van de tijd.
Persoonlijke hulpmiddelen
De cabine-inrichting van de NS 1300 was typisch voor de jaren vijftig. Eenvoudig, functioneel, en gericht op de machinist. In de loop der jaren werden diverse aanpassingen gedaan aan de cabine — van verbeterde verwarming tot aangepaste bedieningselementen.
De machinist zat letterlijk aan het stuur van een Frans-Nederlandse hybride, met bedieningselementen die hun oorsprong hadden in de Franse spoorwegtraditie maar waren aangepast voor de Nederlandse praktijk.
Wat de NS 1300 zo bijzonder maakt, is dat het een locomotief is die twee spoorwegculturen samenbracht. De Franse ingenieurs van Alsthom bouwden de basis, de Nederlandse spoorwegmensen pasten hem aan voor hun eigen omstandigheden. Het resultaat was een machine die bijna een halve eeuw dienst deed — van de wederopbouw na de oorlog tot aan de vooravond van het nieuwe millennium.
Dat is niet zomaar een locomotief. Dat is een stukje spoorweggeschiedenis.
