De Mat 64 (Plan V en T): De ruggengraat van het streekvervoer
Je kent ze vast wel: die oude, gele treinstellen met die opvallende neus.
Voor veel Nederlanders is het geluid van de Mat '64 – het geknerp van de tandwielen en het gezoem van de elektromotoren – pure nostalgie. Maar wat was dit werkpaard van het Nederlandse spoor nu precies? En waarom duikt het in 2025 plotseling weer op? Laten we het hebben over de Mat '64, beter bekend als Plan V en T: de onmisbare ruggengraat van decennia streekvervoer.
De feiten op een rij
De Mat '64 is de verzamelnaam voor twee series elektrische treinstellen die de Nederlandse Spoorwegen (NS) in de jaren '60 en '70 liet bouwen.
Het ging om seriewerk: in totaal werden er 246 stellen van Plan V en 31 stellen van Plan T gebouwd. De eerste, het zwaardere Plan T, rolde tussen 1961 en 1965 uit de fabrieken van Werkspoor en Talbot. Het lichtere Plan V volgde van 1966 tot 1976. De aanschafkosten waren destijds aanzienlijk.
Een enkel Plan V1-stel kostte de NS zo'n ƒ 685.000. De latere, iets luxere V7- en V8-bakken kostten respectievelijk ƒ 640.000 en ƒ 740.000.
Na hun dienstjaren bij de NS zijn veel stellen verkocht aan regionale vervoerders als Arriva, Connexxion en Veolia, die ze op rustigere trajecten inzetten.
De officiële dienstregeling bij NS eindigde voor Plan T in 2010 en voor Plan V in 2016. Maar in een opmerkelijke wending keert een Plan V-stel (nummer 904) op 3 mei 2025 tijdelijk terug op de Valleilijn tussen Amersfoort en Barneveld Zuid, ingezet door Keolis wegens een materieeltekort.
Tractie- en remsysteem
Hoe kwam die trein eigenlijk vooruit? De Mat '64 werkte op de standaard Nederlandse bovenleidingsspanning van 1,5 kV gelijkspanning.
Remmen en koppelen
De techniek was robuust en betrouwbaar. Het Plan T-stel had met 1400 kW een flink vermogen, terwijl het lichtere Plan V het met 508 kW ook prima deed op de secundaire lijnen waarvoor het bedoeld was. Veiligheid zat 'm in de details.
De treinen waren uitgerust met het ATB EG treinbeïnvloedingssysteem, dat de machinist waarschuwde als die te snel reed of een sein negeerde. Om snel te kunnen koppelen – bijvoorbeeld om in de spits een dubbelstellen te vormen – hadden ze een moderne Scharfenberg-koppeling.
Dat is zo'n ronde, automatische koppeling waarbij geen menselijke handen nodig zijn om de luchtleidingen en stekkers te verbinden.
Met een maximumsnelheid van 140 km/h waren ze niet de snelsten op het spoor, maar dat was ook nooit de bedoeling. Ze waren gemaakt voor frequent stoppen, optrekken en comfortabel rijden op de middellange afstand.
Inzet bij regionale vervoerders
Toen de NS de treinstellen afstootte, waren ze lang niet versleten. Voor regionale vervoerders waren ze een betaalbare en bekende optie.
Bedrijven als Arriva, Connexxion en Veolia namen flinke aantallen over voor hun concessies in het streekvervoer.
Je zag ze op lijnen waar de reizigersaantallen geen gloednieuw, duur materieel rechtvaardigden, maar waar betrouwbaarheid en frequentie wel cruciaal waren. De Mat '64 vulde dat gat perfect. De trein was een bekende verschijning op trajecten door het hele land, van de Zeeuwse lijnen tot de verbindingen in Gelderland.
Een speciale terugkeer: de Valleilijn
Het meest recente voorbeeld is de terugkeer op de Valleilijn (Amersfoort – Barneveld Zuid). Vervoerder Keolis kampt daar met een tijdelijk tekort aan nieuw materieel en heeft daarom een oud Plan V-stel (904) opgeknapt en weer in dienst genomen.
Voor liefhebbers een unieke kans om nog eens in dit stukje spoorhistorie te rijden. Het toont aan dat het ontwerp, ondanks zijn leeftijd, nog steeds functioneel is voor specifieke, kleinschalige inzet.
Bewaarde treinstellen
Gelukkig is niet alles gesloopt. Een aantal Mat '64-stellen heeft een tweede leven gekregen als museumstuk.
Het Spoorwegmuseum in Utrecht heeft bijvoorbeeld een Plan V-stel in de collectie met objectnummer 16555. Dit stel is gedateerd op 1972 en werd gebouwd door Talbot in Aken (Duitsland). Daarnaast rijden er bij diverse particuliere spoorwegstichtingen en verenigingen nog werkende exemplaren.
Zij zetten ze in voor bijzondere ritten en nostalgische evenementen. Zo blijft de erfenis van de Mat '64, die voortbouwde op het design van de iconische Hondekop (Mat 54), levend voor toekomstige generaties.
Mat '64: nostalgisch voor sommigen, een kwelling voor de rest
De meningen over de Mat '64 zijn altijd verdeeld geweest. Voor de een is het geluid en de geur van de stoffen bekleding, net als bij de iconische Blauwe Engel, pure jeugdsentiment.
Niet meer van deze tijd
Het was dé trein waarmee ze dagelijks naar school of werk gingen. De robuuste, no-nonsense uitstraling heeft charme.
Voor een ander was het comfort een kwelling. De vering was hard, de stoelen niet altijd even zacht, en het geluidsniveau in de cabine – zeker bij hogere snelheden – indrukwekkend. Tegenwoordige treinen zijn stiller, soepeler en hebben airconditioning, stopcontacten en een modern reisinformatiesysteem. Zelfs de legendarische Blokkendoos (Mat 24) treinen boden destijds al meer karakter dan de Mat '64, die al deze moderne luxe miste.
Het was een product van zijn tijd: functioneel, duurzaam gebouwd, maar zonder franje.
Die combinatie van nostalgische waarde en praktische veroudering maakt het zo'n fascinerend hoofdstuk in de Nederlandse spoorhistorie. Het was een trouwe dienaar die zijn werk decennialang heeft gedaan, en nu, in 2025, zelfs nog even terugkeert van zijn pensioen om te helpen waar dat nodig is.
