Virtuele bezetmelders gebruiken in TrainController: Hoe werkt dat?

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Jan van der Meer
Modelspoorengineer & DCC-expert
Software & Automatisering · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Je kent het wel. Je hebt een prachtige digitale centrale, zoals een ESU ECoS of een Roco Z21, en je wilt je treinbaan automatiseren met TrainController.

Maar dan loop je tegen het volgende aan: je hebt nog niet alle fysieke bezetmelders geïnstalleerd. Of je wilt eerst je software-logica perfect testen voordat je een kabel door je hele baan trekt. Dat is precies waar virtuele bezetmelders om de hoek komen kijken. Het is een krachtige, tijdelijke oplossing die je leven een stuk makkelijker maakt.

Wat heb je nodig om te beginnen?

Voordat je aan de slag gaat, zorg dat je deze spullen bij de hand hebt. Het is een korte lijst, maar elk punt is essentieel.

  • Een werkende digitale centrale die communiceert met TrainController. Denk aan een ESU ECoS, een Roco Z21, of een vergelijkbaar systeem. Zorg dat de USB- of netwerkverbinding stabiel is.
  • De software TrainController (Gold of Silver editie) geïnstalleerd op je computer. Een licentie is nodig voor volledige functionaliteit.
  • Een basisconfiguratie van je baan in TrainController. Je hoeft niet alles aangesloten te hebben, maar de hoofdindeling van je sporen en wissels moet in de software staan.
  • Ongeveer 15 minuten ononderbroken tijd. Het opzetten zelf is snel, maar je wilt rustig kunnen testen.

Heb je dit allemaal? Mooi. Dan kunnen we beginnen met de eerste stap.

Het kost je niets extra's, want virtuele bezetmelders zijn een ingebouwde functie van de software.

Stap 1: De virtuele module aanmaken in TrainController

We gaan eerst een virtuele bezetmelder-module aanmaken. Dit is als het installeren van een denkbeeldig stukje hardware in je computer. Je virtuele module staat nu in de lijst.

  1. Open TrainController en ga naar het menu "Beheer".
  2. Klik op "Hardware" en dan op "Modules". Je ziet nu een lijst van alle fysieke modules die je eventueel hebt.
  3. Klik op de knop "Nieuw" onderaan het venster. Er opent een nieuw venster.
  4. Bij "Moduletype" kies je uit de lijst: "Virtuele module". Dit is de sleutel tot alles.
  5. Geef de module een duidelijke naam, bijvoorbeeld "Virtuele_Bezetmelder_1". Klik op "OK".

Je ziet hem met een speciaal icoontje, vaak een computer of een chip.

Dit is je denkbeeldige hardwareblok. Tijd voor de volgende stap: blokbeveiliging instellen in iTrain, te beginnen bij de melders zelf.

Stap 2: De bezetmelders toewijzen aan spoorsecties

Nu gaan we de virtuele melders koppelen aan de spoorvakken op je baan.

  1. Ga naar het tabblad "Bezetmelders" in het hoofdvenster van TrainController. Je ziet een raster of lijst.
  2. Klik op een lege rij. In de kolom "Module" selecteer je de zojuist aangemaakte "Virtuele_Bezetmelder_1".
  3. In de kolom "Adres" geef je een nummer. Begin bij 1 en werk omhoog. Dit is het interne adres.
  4. In de kolom "Sectie" koppel je deze melder aan een concreet stuk spoor op je baanbeeld. Klik op de cel en selecteer de juiste sectie, zoals "Station_Spoor_1" of "Rangeerterrein_A".
  5. Herhaal dit voor alle secties waar je een virtuele melder wilt. Je kunt er zo 8, 16 of meer aanmaken, afhankelijk van je module.

Dit is waar je logica gaat leven. Je ziet nu in je baanbeeld bij elke sectie een klein icoontje verschijnen dat een bezetmelder voorstelt, net zoals bij het databasebeheer van je locomotieven in TrainController.

Maar ze doen nog niets. Dat veranderen we nu.

Stap 3: De melders activeren en testen

Dit is het leuke gedeelte. We gaan de virtuele melders 'bedienen' alsof ze echt zijn.

  1. Zorg dat je in de "Bediening"-modus van TrainController staat (meestal een apart tabblad of de groene knop).
  2. Zoek in je baanbeeld de sectie op waar je een trein wilt simuleren. Klik met je rechtermuisknop op het bezetmelder-icoontje in die sectie.
  3. In het contextmenu kies je "Bezet". De kleur van de sectie verandert onmiddellijk (meestal naar rood). De software 'denkt' nu dat er een trein staat.
  4. Je kunt nu zien wat er gebeurt in je automatisering. Rijdt een andere trein netjes voor het rode sein? Werkt de wisselstraat zoals gepland? Je test je hele logica zonder één fysieke trein te laten rijden.
  5. Om de melder weer 'vrij' te geven, klik je opnieuw met rechts en kies je "Vrij".

Neem hier de tijd voor. Test alle scenario's: een trein die een station binnenrijdt, twee treinen die elkaar moeten passeren op een enkelspoorlijn.

Een veelgemaakte fout is om maar één situatie te testen. Test ook de randgevallen!

Veelgemaakte fouten en hoe ze te vermijden

Ook al is het virtueel, er kan nog steeds wat misgaan. Dit zijn de valkuilen waar beginners intrappen.

  • Fout 1: De virtuele module niet selecteren. Je maakt de melders aan, maar vergeet bij elke melder de virtuele module te kiezen. Dan gebeurt er niets. Controleer altijd de kolom 'Module'.
  • Fout 2: Verkeerde sectie koppelen. Je koppelt melder 1 aan sectie 'Station', maar in je automatisering verwacht je dat melder 1 bij 'Tunnel' staat. Dan loopt je programma in de war. Check je koppelingen twee keer.
  • Fout 3: Vergeten terug te zetten op 'Vrij'. Laat je een sectie 'bezet' staan na het testen, dan kan je volgende test mislukken omdat de software denkt dat er al een trein staat. Werk schoon.
  • Fout 4: Direct alles virtueel willen doen. Virtuele melders zijn ideaal voor testen, maar geen permanente vervanging. Ze onthouden niets als je de software afsluit. Bouw geleidelijk aan je fysieke melders.

Je verificatie-checklist: werkt het echt?

Voordat je tevreden achterover leunt, doorloop deze checklist. Vink elk punt af.

  1. ☐ De virtuele module is zichtbaar in de lijst onder "Beheer > Hardware > Modules".
  2. ☐ Elk van je aangemaakte bezetmelders heeft in de kolom "Module" de naam van je virtuele module staan.
  3. ☐ Elke bezetmelder is gekoppeld aan de juiste, corresponderende spoorsectie in de kolom "Sectie".
  4. ☐ Je kunt een sectie via het rechtermenu op "Bezet" zetten en de kleur verandert direct.
  5. ☐ Je automatische ritten, seinbeveiliging of wisselstraten reageren correct op de virtuele "Bezet"-melding.
  6. ☐ Je kunt de melding weer op "Vrij" zetten en het systeem herstelt zich naar de normale status.

Als je alle zes de punten kunt afvinken, ben je helemaal klaar.

Je kunt nu met een gerust hart je automatisering finetunen, nieuwe scenario's bedenken en je logica perfectioneren. Wanneer je dan later je eerste echte bezetmelder installeert – zoals een Roco 10787 of een ESU 50030 – weet je precies wat je kunt verwachten. Het is een kwestie van bezetmelders configureren in Rocrail door de virtuele melder te vervangen door het fysieke adres. En dat voelt dan als een eitje.

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Over Jan van der Meer

Jan bouwt al meer dan tien jaar gedetailleerde modelspoorlandschappen en specialiseert zich in digitale DCC-besturing. Hij deelt zijn praktijkervaring met complexe decoderprogrammering en schaalgetrouw baanontwerp op deze site.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Software & Automatisering
Ga naar overzicht →