Spoor N tijdperk IV: De hoogtijdagen van de NS in model
Stel je voor: het is ergens in de jaren '80 of '90. Je staat op een perron en ziet die iconische geel-blauwe treinen van de NS voorbijkomen.
De bekende Plan V-treinstellen, de robuuste 1600-locomotieven, en later die opvallende ICR-rijtuigen.
Dat is tijdperk IV in een notendop. Voor modelbouwers is dit dé periode waarin de Nederlandse Spoorwegen op hun meest herkenbaar en kleurrijk was. En in schaal N (1:160) kun je die hele sfeer perfect op je zolderkamer of in je kast nabouwen.
Wat is tijdperk IV eigenlijk precies?
Even een korte uitleg. Modeltreinenbouwers verdelen de spoorweggeschiedenis in tijdperken.
Tijdperk IV loopt ruwweg van 1970 tot 1990. Dit was de overgangsperiode van de oude, donkergroene en bruine kleuren naar het moderne geel-blauw (het 'huisstijlgeel') dat we nu nog steeds associëren met de NS. In dit tijdperk zie je dus een mix. De laatste oude stoomlocs verdwijnen, en de bekende elektrische locomotieven zoals de 1600-serie worden het werkpaard van het net.
De treinstellen krijgen die vrolijke, opvallende kleuren. Het is het tijdperk van de Plan U, de Buffel, en de eerste dubbeldekkers. Voor modelbouwers is het een goudmijn omdat alles zo herkenbaar is.
Waarom is dit tijdperk zo geliefd bij modelbouwers?
Er zijn drie goede redenen. Ten eerste: de herkenbaarheid. Iedereen die in de jaren '80 of '90 in Nederland leefde, heeft wel een herinnering aan deze treinen.
Het geel-blauw is iconisch. Een model van een Plan V-treinstel op je baan roept meteen een gevoel van nostalgie op.
Ten tweede: de variatie. Je kunt alle kanten op.
Wil je een drukke intercity met een locomotief en rijtuigen? Kan. Een sprinter-achtig treinstel voor regionaal vervoer? Ook. En je kunt het zo uitgebreid maken als je wilt, met bijpassende goederentreinen en werkvoertuigen in NS-geel.
Het is als een speelgoedwinkel voor volwassenen. Ten derde: de beschikbaarheid.
De grote modeltreinfabrikanten zoals Fleischmann, Roco en Arnold hebben heel veel modellen van dit tijdperk in hun collectie. Je hoeft niet eindeloos te zoeken op rommelmarkten. Nieuwe modellen worden nog steeds uitgebracht, dus je kunt direct een mooie, moderne versie kopen.
De kern: welke treinen en modellen moet je hebben?
Om een typisch Nederlands tijdperk IV-tafereel te bouwen, zijn er een paar absolute hoofdrolspelers. Naast de iconische N-spoor Hondekop, is dit je boodschappenlijstje. De locomotief: NS 1600/1800. Dit is de onbetwiste ster.
Een robuuste, veelzijdige locomotief die zowel personen- als goederentreinen trok. Voor wie liever in een kleiner formaat bouwt, is de geschiedenis van de pionier in N-spoor een aanrader. Een mooi model van Fleischmann of Roco kost je tussen de €90 en €150, afhankelijk van de uitvoering en of er digitaal al een decoder in zit.
Het treinstel: Plan V (Mat '64). Dit is de trein die iedereen kent. Die gele neus met het blauwe dak.
Je koopt ze als driedelige set. De prijzen beginnen rond de €120 voor een analoog model en lopen op tot €200 voor een digitaal kant-en-klaar model met geluid. De rijtuigen: ICR en ICRm. Voor een echte intercity met locomotief heb je deze rijtuigen nodig.
Ze zijn wat langer en moderner. Je koopt ze per stuk (€35-€50 per rijtuig) of in een voordelige set van drie of vier, ideaal voor wie N-spoor in een boekenkast wil verwerken.
Let op: de ICRm (met verlaagde instap) hoort eigenlijk al bij tijdperk V, maar veel bouwers mixen ze. Het werkpaard: de DE2 (ook wel 'Bakkie' of 'Buffel' genoemd). Een klein, charmant dieseltreintje voor regionale lijnen. Perfect om je baan wat extra leven te geven. Een leuk instapmodelletje dat je al voor €60 tot €80 op de kop tikt.
Tip: Begin met één trein die je écht leuk vindt. Koop niet meteen alles. Bouw je collectie rustig op, en geniet van elk nieuw stuk dat je toevoegt.
Praktische tips voor je eigen NS-tijdperk IV baan
Je hebt de smaak te pakken. Hoe begin je nu slim?
Ten eerste: kies je schaal en hou je eraan. Je hebt voor N-spoor (1:160) gekozen, en dat is een uitstekende keuze. Het past op een plank van 40 cm breed en 2 meter lang, maar je kunt er ook een hele kamer mee vullen.
Ten tweede: denk na over de setting. Wil je een station? Een rangeerterrein? Een stukje plattelandslijn?
Dit bepaalt welke gebouwen en accessoires je nodig hebt. Voor een Nederlands station kun je bijvoorbeeld zoeken naar modellen van de typische 'Vierkante Stijl' stations (zoals het model van Auhagen). Ten derde: maak het af met details. De echte magie zit in de kleine dingen.
Zet een paar modelautootjes uit de jaren '80 bij het station. Plaats wat poppetjes in ouderwetse kleding.
Gebruik bomen en struiken die typisch zijn voor het Nederlandse landschap. Dat maakt je tafereel echt levend. Ten vierde: overweeg digitaal.
Analoog (met een simpele regelaar) is prima om te beginnen. Maar als je meerdere treinen onafhankelijk van elkaar wilt laten rijden, is een digitaal besturingssysteem (DCC) een enorme upgrade.
Je kunt dan ook geluid toevoegen, en dat maakt de beleving zoveel rijker. Reken op een investering van €150-€300 voor een basis digitaal systeem. Begin klein, droom groot.
Een plank met een enkele trein die rondjes rijdt is al een begin. Van daaruit kun je het steeds verder uitbreiden. Het mooie van deze hobby is dat het nooit af is, en dat elke nieuwe toevoeging weer een glimlach op je gezicht tovert. Veel bouwplezier!
