Het aansluiten van een ringkern-transformator

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Jan van der Meer
Modelspoorengineer & DCC-expert
Doe-het-zelf Elektronica · 2026-02-15 · 5 min leestijd

Je bent lekker aan het knutselen met elektronica. Misschien bouw je een voeding voor je versterker, of een labvoeding voor je werkbank.

En dan kom je ze tegen: ringkerntransformatoren. Die donutvormige dingen zien er anders uit dan de rechthoekige blokken die je misschien kent.

Hoe sluit je zo'n ding eigenlijk aan? Geen zorgen, het is makkelijker dan je denkt. Ik leg het je uit alsof we samen aan de keukentafel zitten.

Wat is een ringkerntransformator precies?

Een ringkerntransformator is in feite gewoon een transformator, maar dan met een kern in de vorm van een ring of donut. Die kern is gemaakt van speciaal, zeer dun gewonden staal- of ferrietmateriaal.

De spoelen (de koperdraad) worden strak om die ring heen gewikkeld. Je herkent ze meteen: ze zijn rond, compact en vaak wat zwaarder dan je zou verwachten voor hun formaat. Ze worden veel gebruikt in audio-apparatuur, precisie-meetinstrumenten en overal waar een stabiele, ruisvrije voeding belangrijk is. Denk aan merken als Toroidy of Amplimo – die maken hier hun specialiteit van.

Waarom zou je voor een ringkern kiezen?

Goede vraag. Waarom niet gewoon een normale, rechthoekige EI-kern transformator?

Het zit hem in de eigenschappen. Ten eerste zijn ze veel efficiënter.

Door de gesloten ringvorm van de kern is er bijna geen magnetisch lekveld. Dat betekent minder energieverlies als warmte. Daarnaast zijn ze een stuk stiller – letterlijk. Een normale transformator kan een zoemend geluid maken, een zogenaamde 'brum'.

Ringkerntransformatoren zijn hier veel minder gevoelig voor. Dat is cruciaal in audio-apparatuur, waar je geen vervelende brom op de achtergrond wilt.

Ze zijn ook compacter en lichter dan een EI-transformator met hetzelfde vermogen. Een persoonlijke tip: als je ooit een oude versterker hebt gehad die een zacht bromgeluid had, kwam dat waarschijnlijk van de transformator. Een ringkernupgrade kan dat probleem oplossen.

De kern van de zaak: hoe werkt het?

Het principe is hetzelfde als bij elke transformator: elektromagnetische inductie. Wisselspanning op de primaire wikkeling (de ingang) creëert een wisselend magnetisch veld in de kern.

Dat veld induceert een spanning in de secundaire wikkeling (de uitgang). Door het aantal windingen te veranderen, bepaal je de verhouding en dus de uitgangsspanning. Het bijzondere zit 'm in die ringvorm.

Het magnetisch veld loopt volledig rond in de kern, zonder 'luchtgaten'. Dat maakt het veld heel efficiënt en homogeen.

De wikkelingen liggen ook heel dicht op de kern, wat de koppeling verbetert. Voor jou als bouwer betekent dit: minder warmte-ontwikkeling en een betere spanningsstabiliteit onder belasting. Je moet er wel rekening mee houden dat de aansluitdraden vaak wat korter zijn en direct uit de wikkeling komen.

Het is geen blok met duidelijke schroefklemmen. Meestal zijn het losse, gekleurde draadjes die je zelf moet afmonteren.

Welke modellen zijn er en wat kosten ze?

De keuze is reuze, en hangt helemaal af van je project. De belangrijkste specificatie is het vermogen in VA (Volt-Ampère).

  • Kleine modellen (10-50 VA): Perfect voor voorversterkers, kleine signaalcircuits of een Arduino-voeding. Je vindt ze al vanaf €15 tot €30.
  • Middelgroot (80-160 VA): Ideaal voor een serieuze labvoeding of de voeding van een flinke eindversterker. Reken op €35 tot €70.
  • Grote jongens (200-500 VA): Voor krachtige eindversterkers of zwaardere apparatuur. Prijzen lopen op van €80 tot ruim €150.

Dat bepaalt hoeveel stroom je kunt leveren. Let ook op de uitgangsspanningen.

De meest gangbare zijn modellen met twee gescheiden secundaire wikkelingen van 18V, 25V of 30V. Daarmee kun je een zogenaamde 'gesymmetreerde voeding' (+ en - spanning) bouwen, die essentieel is voor audio. Voorbeelden zijn de Toroidy 160VA 2x25V of de Amplimo 120VA 2x18V.

Zo sluit je 'm aan: praktische stappen

Tijd om te gaan bouwen. Pak je transformator erbij.

Je ziet een bosje draadjes in verschillende kleuren. Geen paniek. Meestal is de kleurcodering als volgt: Voor je begint, meet je altijd even met een multimeter op de 'ohm' stand.

  1. Zwart & Wit: Dit zijn de uiteinden van de primaire wikkeling. Sluit hier de netspanning (230V) op aan. Zwart is vaak fase (L), wit nul (N). Dit is de gevaarlijke kant. Werk altijd met de spanning UIT en neem voorzorgsmaatregelen.
  2. Rood & Rood (of Rood & Oranje): Dit is de eerste secundaire wikkeling. Hier komt je wisselspanning uit.
  3. Geel & Geel (of Blauw & Blauw): Dit is de tweede secundaire wikkeling. Voor een gesymmetreerde voeding verbind je het einde van de eerste wikkeling met het begin van de tweede. Dat wordt je middenaftakking (0V).

Meet de weerstand tussen de draadparen. De paren met de hoogste weerstand (enkele tientallen ohms) zijn de primaire zijde (230V).

De paren met een lagere weerstand (enkele ohms) zijn de secundaire zijden. Zo voorkom je fouten. Voor het monteren: de meeste ringkerntransformatoren worden geleverd met een bevestigingsplaatje en een bout met rubberen demper. Boor een gat in je behuizing, zet de transformator stevig vast met die demper ertussen. Ben je van plan om zelfbouw ontkoppel-installaties met een elektromagneet te maken? Zorg dan voor een trillingsvrije montage.

Dat dempt eventuele trillingen en geluid verder. Voor een budgetvriendelijke oplossing kun je ook voedingen uit oude computers hergebruiken; gebruik voor de bedrading soldeerogen of kroonsteentjes van goede kwaliteit.

Een slechte verbinding hier geeft warmte en problemen. Klaar? Controleer nog een keer al je verbindingen.

Sluit dan voorzichtig de spanning aan en meet de uitgangsspanningen. Als die kloppen, ben je klaar om, met kennis van spanning, stroom en weerstand, je project van stroom te voorzien.

Je hebt nu een stabiele, stille en efficiënte voeding gebouwd. Dat is toch een lekker gevoel.

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Over Jan van der Meer

Jan bouwt al meer dan tien jaar gedetailleerde modelspoorlandschappen en specialiseert zich in digitale DCC-besturing. Hij deelt zijn praktijkervaring met complexe decoderprogrammering en schaalgetrouw baanontwerp op deze site.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Doe-het-zelf Elektronica
Ga naar overzicht →