Handleiding voor het maken van een baanplan in iTrain

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Jan van der Meer
Modelspoorengineer & DCC-expert
Software & Automatisering · 2026-02-15 · 6 min leestijd

Stel je voor: je hebt een prachtige modelbaan, vol met locomotieven van Roco, Märklin of Fleischmann.

Maar hoe zorg je ervoor dat al die treinen soepel en zonder botsingen over het spoor rijden? Daarvoor heb je een digitaal baanplan nodig. iTrain is de perfecte software hiervoor – het is als de verkeersleider van jouw eigen miniatuurspoorweg. In deze handleiding laat ik je stap voor stap zien hoe je van nul af aan een werkend baanplan maakt. Geen zorgen, het is makkelijker dan je denkt.

Wat je nodig hebt voordat je begint

Voordat je iTrain opent, moet je een paar dingen op orde hebben. Zie het als het verzamelen van je gereedschap voordat je aan een klus begint.

Zonder deze basis wordt het een frustrerende ervaring. Allereerst: de software zelf.

Je hebt een licentie voor iTrain nodig. De basisversie kost rond de €80, de uitgebreide Pro-versie ongeveer €150. Zorg dat je de laatste versie hebt geïnstalleerd.

Daarnaast is je digitale centrale cruciaal. iTrain werkt met systemen van bijvoorbeeld Uhlenbrock, ESU of de Digitale Centrale van Märklin. Zorg dat deze via USB of netwerk met je computer is verbonden.

En dan het belangrijkste: je fysieke baan. Je moet precies weten hoe je spoor ligt. Maak daarom een schets op papier. Meet de totale lengte en breedte van je baan op.

Noteer waar wissels, seinen en stations liggen. Dit wordt de blauwdruk voor je digitale plan.

Zonder deze voorbereiding wordt het gokken.

Stap 1: Het fysieke spoor digitaliseren

Open iTrain. Je ziet een leeg canvas.

Jouw eerste taak is om je papieren schets hier naartoe te brengen. Klik links in de werkbalk op het icoontje 'Nieuw baanplan'. Geef het een naam, bijvoorbeeld "Mijn H0-Baan Thuis".

Begin met het tekenen van de hoofdsporen. Kies het gereedschap 'Spoor tekenen'.

Klik op het startpunt en sleep de muis naar het eindpunt. Werk vanuit een vast punt, zoals het station. Voeg daarna de wissels toe met het 'Wissel'-gereedschap.

Kies het juiste type: links, rechts of een Engelse wissel. Plaats ze op de exacte positie van je schets.

Dit kost even tijd, maar nauwkeurigheid is nu alles. Een veelgemaakte fout is het haastig plaatsen van wissels.

Een wissel die in iTrain 2 centimeter te ver naar links staat, veroorzaakt later problemen met de automatische rijwegen. Tip: zoom goed in. Gebruik de maatverhouding van je baan. Als je baan 2 bij 3 meter is, zorg dan dat de digitale weergave dezelfde verhouding houdt. Dit voorkomt verwarring bij het programmeren van routes.

Stap 2: De hardware koppelen en adressen instellen

Nu wordt het echt. Je moet iTrain vertellen welke digitale commando's naar welk fysiek apparaat moeten.

Ga naar het menu 'Instellingen' en dan 'Centrale'. Selecteer hier het type digitale centrale dat je gebruikt. Controleer via de 'Test'-knop of de communicatie werkt.

Je hoort een zachte klik in je centrale als het goed is.

Daarna koppel je de wissels. Dubbelklik op een wissel in je plan. Er opent een venster.

Hier vul je het digitale adres in. Dit adres vind je terug in de documentatie van je wisseldecoder, of je stelt het zelf in met een programmeertool.

Bijvoorbeeld: wissel 1 heeft adres 10. Dit moet exact overeenkomen met wat je decoder verwacht.

Doe dit voor elke wissel. Het is monnikenwerk, maar het is de kern van het systeem. Een veelgehoorde klacht: "Mijn wissels reageren niet." In 9 van de 10 gevallen klopt het adres niet. Controleer het twee keer. Schrijf de adressen desnoods op een lijstje naast je computer.

Stap 3: Rijwegen en routes definiëren

Dit is waar de magie gebeurt. Een rijweg is een vooraf ingesteld pad van punt A naar punt B, waarbij je eenvoudig routes maakt van startblok naar doelblok en alle wissels automatisch in de juiste stand worden gezet.

Klik op het menu 'Rijwegen' en kies 'Nieuwe rijweg'. Klik nu in je baanplan op het beginblok (bijvoorbeeld een stationsspoor) en sleep naar het eindblok (een ander station of een opstelspoor). iTrain toont nu de mogelijke paden. Selecteer het juiste pad. De software berekent automatisch welke wissels moeten omleggen.

Sla deze rijweg op met een logische naam, zoals "Station naar Opstelterrein". Herhaal dit voor alle logische verbindingen op je baan.

Begin met de hoofdroutes tussen de grote stations. Voeg daarna kleinere routes toe, zoals van een rangeerterrein naar een depot, en zorg altijd voor een overzichtelijk Gleisbild.

Reken op zo'n 30 tot 60 minuten om alle hoofdroutes in te stellen voor een gemiddelde thuisbaan. Test elke rijweg direct nadat je hem hebt aangemaakt. Klik op 'Activeren' en kijk of je fysieke wissels ook echt omgaan. Zo niet, controleer dan het wisseladres.

Stap 4: Treinen en automatisering toevoegen

Je baanplan is nu een digitaal stratenplan. Nu voegen we de auto's toe: de treinen.

Ga naar het menu 'Locomotieven' en voeg een nieuwe loc toe. Geef de naam, zoals "NS 1600". Kies het decoderadres (bijvoorbeeld 3) en het type (bijvoorbeeld ESU LokPilot).

Plaats de trein op het plan. Nu kun je hem handmatig besturen met de virtuele rijregelaar in iTrain, of slim besparen op hardware met virtuele bezetmelders.

Maar het echte werk is automatisering. Maak een 'Dienstregeling'. Dit is een reeks opdrachten voor een trein: van spoor 1 vertrekken, naar spoor 3 rijden, 2 minuten wachten, terugrijden.

Dit programmeer je in het 'Dienstregelingen'-menu. Begin simpel. Laat één trein heen en weer rijden tussen twee stations. Pas als dat perfect werkt, voeg je complexiteit toe. Belangrijk: zorg dat je baan voorzien is van terugmelders.

Dit zijn sensoren (zoals de Viessmann 5233) die aan iTrain doorgeven waar een trein zich bevindt. Zonder terugmelders is automatisering onmogelijk. De software weet dan niet wanneer een trein een blok binnenrijdt of verlaat.

Veelgemaakte fouten en hoe ze op te lossen

Elke modelbouwer loopt tegen dezelfde dingen aan. De meest voorkomende: een trein die niet stopt bij een rood sein.

Controleer dan eerst of de terugmelder op het juiste adres is ingesteld in iTrain. Daarna of het sein zelf correct is gekoppeld. Een andere frustratie is een wissel die wel in iTrain omgaat, maar niet op de baan.

Dan klopt het decoderadres niet, of de decoder heeft geen stroom. Soms reageert de software traag.

Dit komt vaak door een trage USB-verbinding. Gebruik een directe verbinding in plaats van een USB-hub. Zet ook onnodige programma's op je computer uit. iTrain hoeft niet de nieuwste pc, maar het houdt niet van concurrentie om geheugen.

Verificatie-checklist: is je baanplan klaar?

Voordat je achterover leunt en geniet van je automatische spoorweg, loop deze checklist na.

  • Hardware-check: Reageren alle wissels op commando's vanuit iTrain? Test elke wissel één voor één.
  • Rijweg-check: Werken alle opgeslagen rijwegen? Activeer ze stuk voor stuk en kijk of de wissels correct omgaan.
  • Loc-check: Kun je elke locomotief afzonderlijk besturen met de virtuele rijregelaar? Test vooruit en achteruit.
  • Terugmeld-check: Als je een trein handmatig over een terugmelder rijdt, zie je dan in iTrain de status van het blok veranderen van "vrij" naar "bezet"?
  • Automatisering-check: Start een eenvoudige dienstregeling met één trein. Volgt de trein het plan? Stopt hij waar hij moet stoppen?

Het bespaart je later hoofdpijn. Als je al deze punten met "ja" kunt beantwoorden, staat je digitale verkeersleider. Nu begint het echte plezier: het fine-tunen van dienstregelingen, het toevoegen van geluiden en misschien zelfs het koppelen aan een camera. Je hebt de basis gelegd voor een modelbaan die echt tot leven komt.

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Over Jan van der Meer

Jan bouwt al meer dan tien jaar gedetailleerde modelspoorlandschappen en specialiseert zich in digitale DCC-besturing. Hij deelt zijn praktijkervaring met complexe decoderprogrammering en schaalgetrouw baanontwerp op deze site.