Decoder-tester gebruiken: Test je decoder voor je hem inbouwt
Je hebt net een gloednieuwe decoder gekocht, vol goede moed. Je monteert 'm in je locomotief, sluit alles aan, en... gebeurt er niets.
Of erger: er komt rook uit. Herkenbaar? Dat is precies waarom een decoder-tester je beste vriend wordt. Het is eigenlijk een klein teststation dat je vertelt of je decoder het doet, vóór je hem inbouwt in je kostbare modeltrein. Geen gokwerk meer, geen frustratie. Gewoon zekerheid.
Wat is een decoder-tester en waarom zou je er eentje moeten hebben?
Een decoder-tester is een compact apparaatje waarmee je de functionaliteit van een DCC-decoder kunt controleren zonder hem in een locomotief te hoeven solderen. Je sluit de decoder simpelweg aan op de tester, voedt hem met een DCC-signaal, en je kunt direct zien of hij communiceert, of de motoruitgang werkt en of de functieverlichting aanspringt.
Waarom is dit zo handig? Omdat een defecte decoder inbouwen pure tijdverspilling is.
Je moet alles weer demonteren, de decoder eruit peuteren, en hopen dat je geen schade hebt aangericht. Met een tester voorkom je dat. Je test hem op je werkbank, in dertig seconden weet je of hij goed is. Het bespaart je uren frustratie en voorkomt dat je een defecte decoder per ongeluk in een duur model bouwt.
Hoe werkt zo'n ding precies? Stap voor stap
De werking is eigenlijk heel simpel, en dat is juist het mooie. De meeste testers hebben een paar standaard aansluitingen.
Je hebt een aansluiting voor de DCC-spoorvoeding (de twee draden die normaal naar de rails gaan), en dan een setje aansluitpunten voor de decoder zelf: meestal een motoruitgang, een paar functie-uitgangen en de blauwe gemeenschappelijke draad voor verlichting. Je neemt je nieuwe decoder, bijvoorbeeld een ZIMO MX620 of een ESU LokPilot. Je soldeert of klikt de draadjes volgens het schema aan op de tester.
Dan geef je de tester spanning via je centrale. Een rijtje LED's toont je meteen de status.
Brandt het groene lampje? Dan communiceert de decoder met de centrale. Gaat het oranje lampje flikkeren als je op de 'motor'-knop drukt?
Dan werkt de motoruitgang. Test je de functies?
Dan zie je of de uitgangen voor licht en geluid reageren. De eerste loc ombouwen naar digitaal is in zo'n gecontroleerde omgeving een stuk makkelijker.
Geen gedoe met wielen die contact moeten maken, geen risico op kortsluiting in de locomotief. Alles is overzichtelijk op een klein bordje.
Welke modellen zijn er en wat kosten ze?
Je hebt grofweg twee categorieën: de kant-en-klare testers en de doe-het-zelf kits. De kant-en-klare zijn het makkelijkst, maar ook het duurst.
De ZIMO MST-100 is een bekende. Die kost je zo'n €80 tot €100.
Hij is robuust, duidelijk en werkt met bijna elke decoder. Een andere populaire is de ESU Decoder Tester, die in dezelfde prijsklasse zit, rond de €90. Zoek je een onmisbare decoder tester voor de ombouwer? Voor de wat kleinere portemonnee is er de Roco 10785, die vaak rond de €50-€60 ligt.
Die is wat simpeler, maar doet het basiswerk prima. Dan heb je nog de doe-het-zelf opties. Je kunt online printplaatjes vinden (vaak van merken als Doehler & Haass of zelfs op modelbouwfora) die je zelf moet solderen. De componenten kosten je misschien €15 tot €25.
Dit is ideaal als je van knutselen houdt en precies wilt weten hoe het werkt.
Het nadeel is dat je zelf moet zorgen dat je geen fouten maakt bij het solderen.
Praktische tips voor als je aan de slag gaat
Test altijd. Altijd. Zelfs als je een gloednieuwe decoder uit een verzegelde verpakking haalt.
Productiefouten komen voor, en een tester vangt ze op voordat ze problemen geven. Zelf een decoder-tester bouwen is een leuk project om de basiscontrole van communicatie en motor uit te voeren. Als die twee werken, is de decoder in de meeste gevallen goed.
De functie-uitgangen zijn vaak het minst problematisch. Houd een logboekje bij.
Noteer welke decoder je getest hebt, wanneer, en of hij goed was. Zo bouw je een geschiedenis op en zie je misschien patronen, zoals dat een bepaald merk vaker problemen geeft. En een laatste, belangrijke: bewaar je tester op een vaste plek op je werkbank. Het is zo'n gereedschap dat je vaak nodig hebt, en als het onderin een la ligt, ga je het misschien niet gebruiken.
Maak het jezelf makkelijk. Het is een kleine investering die je heel veel ergernis bespaart.
