De rol van de NS in de wederopbouw van Nederland

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Jan van der Meer
Modelspoorengineer & DCC-expert
Spoorweg Historie & NS Feiten · 2026-02-15 · 4 min leestijd

Stel je voor: het is mei 1945. De oorlog is voorbij, maar overal waar je kijkt, zie je verwoesting.

Bruggen liggen in puin, rails zijn opgebroken en stations zijn gedeeltelijk verwoest.

Nederland moet worden herbouwd, en letterlijk de ruggengraat van die wederopbouw? Dat was het spoor. De NS, samen met een heel leger aan private bedrijven en overheidswerkers, stond voor een titanenklus. Dit is het verhaal van hoe treinen Nederland weer op de rails kregen.

Wij rijden naar betere tijden

Die zin was meer dan een slogan; het was een belofte. Na de bevrijding stond de NS voor een dubbele crisis.

Enerzijds was er de immens schade aan spoor en materieel – een directe erfenis van de oorlog. Anderzijds was er de chaos die ontstond na de spoorwegstaking van 17 september 1944. Die staking, een heldhaftige daad van verzet, had een machtsvacuüm gecreëerd. De Duitse bezetter reageerde met verdere vernielingen, waardoor het herstelwerk na de bevrijding alleen maar complexer werd.

Het was een race tegen de klok, want zonder een werkend spoornetwerk kon geen voedsel, geen kolen en geen mensen worden vervoerd. Het land lag stil, en de trein moest het weer in beweging krijgen.

Wanorde in hoofdkantoren en werkplaatsen

De schokgolf van de oorlog liet diepe sporen na, niet alleen langs het spoor maar ook in de werkplaatsen en kantoren. De herstelwerkzaamheden die in 1945 van start gingen, waren dan ook een gigantische operatie.

Je moet je voorstellen dat de schade niet alleen door bombardementen kwam.

Plundering en vernieling

Na de spoorwegstaking was er sprake van grootschalige plundering en vernieling door terugtrekkende Duitse troepen en collaborateurs. Werkplaatsen werden leeggeroofd, gereedschap verdween en administratie werd vernietigd. De NS begon letterlijk met minder dan niets.

Het opstarten van de productie van nieuw materieel was daardoor een enorme uitdaging. Het vertrouwen in de systemen was weg, en door de rol van treinen in de Tweede Wereldoorlog was de fysieke infrastructuur zwaar beschadigd.

Gebrek aan materieel en de oplossing

De totale NS-schade werd later geraamd op 522,5 miljoen gulden, een astronomisch bedrag voor die tijd.

Maar geld alleen loste het niet op. Er was simpelweg een acuut tekort aan alles: locomotieven, rijtuigen en treinstellen.

Herstel en een Argentijnse opdracht

Hier kwam de cruciale rol van de private industrie om de hoek kijken. Bedrijven als Werkspoor in Utrecht en de VMF/Stork-fabrieken waren onmisbaar. Werkspoor had meer dan 5000 werknemers in dienst, en bij VMF/Stork werkten zelfs ongeveer 20.000 mensen aan het herstel en de nieuwbouw. Zij draaiden overuren om het materieeltekort op te lossen, zeker in de nasleep van de geschiedenis van de spoorwegstakingen in Nederland.

Een bijzonder hoofdstuk is de enorme order uit Argentinië: 400 treinstellen en 90 locomotieven.

Deze opdracht gaf de industrie een enorme impuls. Het productietempo werd opgevoerd tot maar liefst één treinstel per dag. Deze productie was niet alleen voor de wederopbouw van Nederland zelf, maar zette onze spoorwegindustrie ook weer op de internationale kaart. Het herstel van het materieel, inclusief de introductie van moderne types zoals het Type Vierlingsbeek, was de motor achter de wederopbouw.

De Catherine Millerbrug en andere obstakels

Je kunt nog zoveel treinen bouwen, maar als de bruggen op zijn, kom je geen meter vooruit. De fysieke infrastructuur vormde de grootste bottleneck.

Herstel spoorbruggen

Een van de meest iconische voorbeelden is de Catherine Millerbrug bij Deventer, al speelde de NS bij de Watersnoodramp van 1953 een minstens zo cruciale rol in het herstel van onze nationale infrastructuur.

Deze belangrijke spoorbrug over de IJssel werd in 1940 vernield en was bij de bevrijding in 1945 nog altijd onherstelbaar beschadigd. Het herstel van dit soort bruggen was een project op zich, dat maanden, zo niet jaren, vergde. Tijdelijke noodbruggen en alternatieve routes waren vaak de enige oplossing om het verkeer weer op gang te krijgen. Het duurde tot ver in de jaren vijftig voordat het volledige spoornetwerk weer op het oude niveau was, met alle bruggen en viaducten volledig hersteld of vervangen.

De basis voor de toekomst

De wederopbouwperiode (1945-1950) was meer dan alleen repareren. Het was een kans om te moderniseren.

De noodzaak om alles opnieuw op te bouwen, werd aangegrepen om fundamenten te leggen voor de toekomst.

Denk aan de eerste stappen naar grootschalige elektrificatie van het hoofdrailnet, wat later zou leiden tot de snelle en schone treinen die we nu kennen. De ervaringen uit deze periode – de samenwerking tussen overheid, NS en private bedrijven als Werkspoor, de noodzaak van innovatie onder druk – legden de basis voor de moderne, efficiënte spoorwegen. Het was de periode waarin het idee van internationale samenwerking op het spoor, later culminerend in zaken als de Trans Europ Express (TEE), echt wortel schoot. De wederopbouw was een gevecht tegen de verwoesting, maar het smeedde ook de veerkracht en de visie die de Nederlandse spoorwegen voor decennia zou vormen.

Portret van Jan van der Meer, modelspoorengineer en DCC-expert
Over Jan van der Meer

Jan bouwt al meer dan tien jaar gedetailleerde modelspoorlandschappen en specialiseert zich in digitale DCC-besturing. Hij deelt zijn praktijkervaring met complexe decoderprogrammering en schaalgetrouw baanontwerp op deze site.

Volgende stap
Bekijk alle artikelen over Spoorweg Historie & NS Feiten
Ga naar overzicht →